Zwerfvuilproblematiek onder de loep!

Published by

on

Laat u in het openbaar wel eens afval achter wanneer u in de buurt niet snel genoeg een vuilnisbak vindt en liever niet blijft rondzeulen met dat ene lege blikje in je hand? Dan bent u zeker en vast niet de enige in Vlaanderen die zich hieraan schuldig maakt. We smijten namelijk gezamenlijk in Vlaanderen elk jaar opnieuw ontelbaar veel kilo’s aan zwerfvuil in onze eigen leefwereld. Dat dit nefast is voor ons milieu is al langer gekend, maar wist u ook dat deze laksheid de Vlaamse belastingbetaler elk jaar opnieuw een fortuin kost? DeFacteur zocht uit wat de doorsnee Vlaming zoal in de natuur achterlaat, maar ook wat dit ons kost en wie hier op het einde van de rit verantwoordelijk voor kan worden gehouden.

Wat is dat eigenlijk, zwerfvuil?

Wat is zwerfvuil nu eigenlijk en waarom is het belangrijk dat je dit niet verwart met sluikstorten? Het grote verschil tussen deze twee is dat bij sluikstorten het doelbewust dumpen van grote hoeveelheden aan afval een belangrijk gegeven is. Bijvoorbeeld om via deze manier een betalende vorm van afvalinzameling te omzeilen. Wanneer we spreken over zwerfvuil gaat het nagenoeg altijd over het nonchalant omgaan met kleine hoeveelheden afval die vervolgens in onze natuur belanden. DeFacteur behandelt in dit artikel enkel de problematiek omtrent zwerfvuil. Niet omdat sluikstorten minder precair is, maar om verwarring in het artikel te vermijden.

En op de eerste plaats staat…

Om het beleid omtrent zwerfvuil goed te analyseren, is het belangrijk dat we eerst naar het volume van het ingezamelde zwerfvuil kijken. Dit is namelijk een belangrijke indicator voor het plaatsen van openbare vuilnisbakken en het transport van het afval. Uit enkele rapporten van de Vlaamse afvalstoffen maatschappij (OVAM) blijkt dat de grootste aandeelhouders in het volume van het Vlaamse zwerfvuil niet geheel onverwacht zijn. Zo staan blikjes met 22% van het totale volume op de eerste plaats in de ranglijst, gevolgd door plastic flesjes met 13% en daarna andere soorten verpakkingen van voedingsmiddelen met een dikke 10% van het totale volume. Als we naar het totale volume kijken, wordt duidelijk dat 58% van het zwerfvuil bestaat uit voedingsverpakkingen. Een getal waaraan gewerkt kan worden. Zo heeft Vlaanderen namelijk nog steeds geen statiegeldsysteem voor blikken en flesjes ontwikkeld, ondanks dat aan de hand van dit systeem 35% van het totale volume aan zwerfvuil deels gereduceerd kan worden.

Natuurlijk lost een statiegeldsysteem niet meteen alle problemen op, maar andere Europese landen hebben het ons ondertussen al voorgedaan met zeer positieve resultaten als uitkomst. Aanvullend op zo’n systeem zijn strengere richtlijnen rond wegwerpverpakkingen noodzakelijk in de strijd tegen zwerfvuil. Als geroepen nam de Europese Unie recent nog enkele nieuwe maatregelen omtrent wegwerpverpakking. Zo moeten meer verpakkingen recycleerbaar worden en bepaalde wegwerpverpakkingen voor verse groenten en fruit worden vanaf 2030 verboden.

Zwerfvuil, overal en nergens

Wanneer we willen berekenen hoeveel zwerfvuil er nu jaarlijks wordt ingezameld, moeten we naar meerdere factoren kijken. Om te beginnen zijn representatieve gegevens noodzakelijk om een degelijke uitspraak te kunnen doen over de werkelijke hoeveelheid zwerfvuil in onze natuur. Daarom kan er een beroep gedaan worden op cijfers die gerapporteerd zijn door de gemeentebesturen in Vlaanderen. Zij scheiden namelijk de hoeveelheden zwerfvuil met deze van correct gedeponeerd afval in openbare vuilnisbakken. Afvalintercommunales en verschillende agentschappen, zoals het Agentschap Wegen en Verkeer vermelden deze hoeveelheden niet apart, waardoor een vertekend beeld gecreëerd kan worden. Uiteraard kan gedeponeerd afval in openbare vuilnisbakken wel gezien worden als “een bepaalde hoeveelheid zwerfvuil dat voorkomen is”, maar om correcte conclusies te kunnen vormen kijken we enkel naar de cijfers die verzameld zijn door de OVAM die betrekking hebben op de Vlaamse gemeentebesturen .

De hoeveelheden zwerfvuil die de gemeentebesturen in Vlaanderen rapporteren, zijn torenhoog. Zo werd er een desastreus hoog gewicht van 20 952 ton of bijna 21 miljoen kilogram aan zwerfvuil in 2019[1] opgeruimd. Dit komt neer op 3,44 kilogram zwerfvuil per inwoner in Vlaanderen en dat elk jaar opnieuw. Daarbij zijn deze cijfers nog een serieuze onderschatting ten opzichte van de werkelijke hoeveelheid zwerfvuil in onze natuur. Zo zijn dit enkel nog maar de cijfers die gerapporteerd zijn door de gemeentebesturen in Vlaanderen. Bovendien is er ook nog een flinke hoeveelheid zwerfvuil die nooit opgeruimd geraakt en dus ook niet in deze cijfers vervat zit. Bovendien rapporteert slechts 58% van alle gemeentebesturen in Vlaanderen hun gegevens aan de OVAM. Gelukkig zijn gemeentebesturen vanaf 2024 verplicht hun gegevens over de verzamelde hoeveelheid zwerfvuil in hun gemeente bij te houden en te rapporteren aan de OVAM. Hierdoor krijgen overheden een beter zicht op de situatie en kan er in de toekomst een doelgerichter beleid uitgestippeld worden.

Prijzig prijskaartje

Tegenover zo’n groot gewicht staat natuurlijk ook een stevig prijskaartje. Volgens bronnen van de OVAM bedraagt de kost voor enkel en alleen al het opruimen van zwerfvuil 117 miljoen euro per jaar. Een hoog bedrag dat de besturen elk jaar opnieuw uit hun eigen middelen moeten betalen.

De indirecte kosten door zwerfvuil liggen daarbij nog vele malen hoger, alleen is dit bedrag veel moeilijker te bepalen. Voorbeelden van deze indirecte kosten zijn bijvoorbeeld de verloedering van de omgeving (vuil trekt vuil aan), het bestrijden van ongedierte, en schade aan natuur en vee. Ondanks het feit dat de totale kost moeilijk te bepalen is, deed studiebureau KplusV toch een poging om een raming te maken. Zij kwamen tot de conclusie dat zwerfvuil de overheid tussen de 170 miljoen à 1,2 miljard euro per jaar kan kosten. Dit is een ruime raming, maar de werkelijke kost ligt ergens tussen deze twee bedragen in.

Doen we dan niets?

Zeker en vast wel, alleen valt het nauwelijks op omdat onze berg zwerfvuil zo groot is. Toch worden er via verschillende initiatieven pogingen ondernomen om deze berg te verkleinen. Zo ondersteunt de Vlaamse overheid organisaties zoals Mooimakers. Zij zijn een organisatie die zich toelegt op de strijd tegen zwerfvuil in onze maatschappij. Dit doen ze door geregeld opruimacties over heel Vlaanderen te organiseren, maar ze ondersteunen ook groepen en particulieren bij het organiseren van acties door gratis materiaal uit te delen.

Ook in de politiek staat zwerfvuil steeds hoger op de agenda. Zo creëerde Vlaams minister voor leefmilieu Zuhal Demir (N-VA) in 2021 nog 30 extra zwerfvuilhandhavers. Hun job bestaat erin om dag in dag uit bezig te zijn met het opsporen van zwerfvuil en het beboeten van daders. Daarbij kunnen deze handhavers ook worden ingeschakeld door gemeenten om zwerfvuil hotspots beter te handhaven. Een maatregel die werkt zo blijkt, want in 2023 was er een stijging van 65% meer verslagen voor het veroorzaken van zwerfvuil ten opzichte van 2022. Belangrijk om te vermelden is dat de zwerfvuilhandhavers volledig werken op de kosten van de verpakkingsproducenten. Een belangrijke stap in de goede richting want op dit moment wordt 90% van de kosten als gevolg van zwerfvuil gefinancierd door de Vlaamse gemeentebesturen. Door meer verantwoordelijkheid te leggen bij de producent, wordt deze hopelijk meer gestimuleerd om innovatieve verpakkingen te creëren. Hierdoor wordt er in de toekomst hopelijk minder verpakkingsmateriaal geproduceerd dan vandaag. Enkel zo kan de vicieuze cirkel omtrent zwerfvuil stuk voor stuk verbroken worden.

Tot slot

Natuurlijk kan het niet de bedoeling zijn dat grote verpakkingsproducenten teren op de bereidwilligheid van vrijwilligers die zich dag in dag uit inzetten om onze gezamenlijke leefwereld proper te houden. Alleen kan deze vraag ook op een andere manier gesteld worden. Namelijk, hoe hard teren u en ik op deze bereidwilligheid van anderen? We spelen met z’n allen namelijk een even grote rol in deze vicieuze cirkel dan de verpakkingsproducenten. Wij als consument bepalen mee hoe er met geproduceerde verpakkingen wordt omgegaan. We kunnen kiezen om onszelf, maar ook de mensen rondom ons bewust te maken van deze problematiek en om er vervolgens iets aan te doen. Want hoe dan ook krijgen we op het einde van de rit gezamenlijk de rekening voor ons gedrag gepresenteerd en wat uiteindelijk deze kostprijs zal zijn hebben we gezamenlijk in de hand.


[1] In het artikel worden cijfers uit 2019 gebruikt omdat DeFacteur de cijfers uit een recenter rapport (2021) niet als representatief beschouwt omwille van de coronapandemie tijdens deze periode.

Eén reactie op “Zwerfvuilproblematiek onder de loep!”

  1. DeFacteur smijt zich in het zwerfvuildebat! – De Facteur Avatar

    […] Zwerfvuilproblematiek onder de loep! […]

    Like

Plaats een reactie